Maiden Voyage
Door het incident in Southampton kwam de Titanic een uur te laat in Cherbourg aan. De Amerikaan Frank Carlson, een stuurman op de grote vaart, was ondanks die vertraging toch nog te laat. Hij had besloten niet de speciale Train Transatlantique vanuit Parijs te nemen, maar met een automobiel zelf naar Cherbourg te rijden. Onderweg kreeg hij motorpech en nog voor die verholpen kon worden, was de Titanic al vertrokken. Zijn naam bleef wel op de passagierslijst staan en kwam later ook op de lijst met vermisten voor. Zijn familie heeft lang hardnekkig, maar zonder veel succes, getracht die fout gecorrigeerd te krijgen. Voor de passagiers, die op de speciaal voor de Titanic gebouwde tenders uitvoeren, bood de voor anker liggende Titanic een schitterende aanblik. De avond begon over Cherbourg te vallen en het schip lag met bijna al haar lichten aan, te wachten op vertrek. Tegen acht uur 's avonds ging het anker op en begon de Titanic aan het tweede deel van de reis, de overtocht naar Queenstown. Daar kwamen, als vanouds, bijna uitsluitend derde klas passagiers aan boord en werden er 1400 zakken post overgenomen. Een klein aantal eerste en tweede klas passagiers ging hier van boord. Onder hen bevond zich pater Francis Browne, die als tweede klas passagier, de reis van Southampton tot Queenstown meemaakte.


Het vertrek van de Titanic op weg naar haar eerste en laatste reis.


Als amateur fotograaf maakte hij op die korte reis een twintigtal foto's waarvan een aantal wereldberoemd zijn geworden. Om half twee vertrok de Titanic uit de baai van Queenstown en, net als in Southampton, was het aantal bemanningsleden kleiner dan men gedacht had. Dit keer ontbrak de stoker John Coffey. Hij had in Southampton aangemonsterd, niet om de reis met de Titanic te maken, maar wel om gratis naar zijn ouderlijk huis in Ierland te reizen en eindelijk het bezoek aan zijn moeder te brengen wat hij haar al zo vaak had beloofd. Coffey's desertie, redde zeer waarschijnlijk zijn leven. Toen de Titanic aan het belangrijkste deel van haar maiden voyage begon, was ze nog niet voor 60% bezet, een duidelijk bewijs dat het nog vroeg in het seizoen was. Voor passagiers en bemanning brak, met het begin van de oversteek over de Atlantische oceaan, de periode van de dagelijkse scheepsroutine aan. De passagiers ontdekten dat de inrichting van het schip weliswaar mooi was, maar ook dat men zichzelf zoveel mogelijk moest zien te vermaken. Naast de mogelijkheid tot wat dekspelletjes deed de White Star Line weinig voor het vermaak van haar passagiers, tenzij zij bereid waren er voor te betalen. De strijkjes speelden voornamelijk 's avonds en tijdens het diner licht klassieke muziek. Danspartijen of een groot bal waren niet gepland, een theater of filmzaal was er niet aan boord. Voor de eerste en tweede klas waren er bibliotheken, maar de squashbaan moest men huren en was alleen toegankelijk voor de eerste klas. Het zwembad stond wel voor de eerste en tweede klas open., maar alleen op gezette tijden en gemengd zwemmen was er al helemaal niet bij. Hetzelfde gold voor het Turks bad en de wonderlijke kisten waarin men een elektrisch bad kon nemen (bestraald worden door een aantal grote kooldraadlampen). De prijzen van dit soort vermaak waren zeker voor 1912 niet laag, vier shilling voor het Turks of elektrische bad, een half uur squashbaan kostte twee shilling en het zwembad een shilling. Heren die 's ochtends voor negen uur een duik wilden nemen, konden dat gratis doen,

Harold Bride in de Marconi-hut.


maar voor de dames had men een dergelijk gratis uurtje niet. De benodigde kaartjes voor dit gezonde vermaak kon men vier dekken hoger kopen, bij het purserskantoortje op het C-dek, als dat tenminste open was. Daarna moest men afdalen naar het voorste deel van het F-dek waar het zwembad, de squashbaan en het Turks bad zich bevonden. De service op Engelse schepen was in die tijd nog uitmuntend, maar de regels waren ook strak. Wie zonder een kaartje voor het Turks bad verscheen of een baantje wilde trekken in het zwembad, werd resoluut eerst teruggestuurd naar boven om bij het purserskantoortje een kaartje aan te schaffen. Tenslotte was de Titanic een Engels schip en daar diende men terdege rekening mee te houden. Een ander, door de passagiers gebruikt vermaak, was het wonder van de draadloze telegrafie. Een bezoek aan de Marconi -hut zelf was niet mogelijk, maar bij de purser kon men een telegram opgeven. Op de gedrukte passagierslijst, die elke eerste klas passagier de eerste nacht van de oversteek onder zijn deur doorgeschoven kreeg, stonden de tarieven voor het verzenden van telegrammen vermeld en van die mogelijkheid maakte men druk gebruik. In de Marconi -hut zaten Jack Phillips en Harold Bride om beurten te zweten om al die privé telegrammen weg te krijgen. Het kwam hen voor dat het bakje met uitgaande telegrammen nooit leger en alleen maar voller werd. Vooral de voor Amerika bestemde telegrammen stapelden zich flink op.


John George Phillips en Harold Bride


De zendinstallatie had maar een beperkte reikwijdte en die telegrammen konden pas worden verzonden als de Titanic binnen het bereik van Kaap Race op Newfoundland zou komen. Voor de twee marconisten was er maar nauwelijks tijd om te rusten en zelfs de belangrijke navigatieberichten konden niet altijd hun volle aandacht krijgen. Ze gaven die berichten daardoor soms veel later aan de brug door dan eigenlijk de bedoeling was en soms zelfs helemaal niet. Maar ze deden voor de Marconi maatschappij en de White Star Line goede zaken, want het versturen van privé draadloze telegrammen was beslist niet goedkoop.


Het gymnastiekzaaltje


Het gymnastiekzaaltje, boven op het bootdek, - wij zouden het nu een fitnesscentrum noemen - was wel gratis. Toch had men zich ook hier aan vastgestelde tijden te houden door bijvoorbeeld, niet juist dan binnen te komen als net het kinderuurtje tussen een en drie uur 's middags aan de gang was. Op de Titanic werden beroemde dekspelletjes, als shuffleboard en dektennis, maar heel weinig gespeeld. Half april was het daar gewoon nog te koud voor. Geliefde activiteiten als goudzoekertje, paardenraces en de sweepstake kwamen op de grote passagiersschepen pas in de jaren twintig in zwang. In de periode die wel aangeduid wordt als 'la belle époque', had de eerste klas er voldoende aan om alleen maar mooi te zijn en te converseren. Men moest in 1912 met rustig tijdverdrijf de oceaan over en dus werd men geacht de bibliotheek te bezoeken of in een deken op een dekstoel de tijd te doden. Het feitelijke gebrek aan verstrooiing voor de passagiers, trok een groepje duistere lieden aan die het met kaartspelen en oplichting gemunt hadden op het geld van verveelde rijke passagiers. Deze oplichters, die hun inkomen bij elkaar schraapten met allerlei duistere praktijken, waren op alle grote passagiersschepen uit die tijd te vinden en er waren aan boord van de Titanic minstens vijf van die lieden die hun geluk aan het beproeven waren. Uiteraard reisden allen incognito: George Brayton, alias George (Boy) Bradley die zich voordeed als een respectabel asfalt of beton fabrikant uit Los Angeles. C. Rolmane die door het leven ging als C.H. Romaine, Romacue of Rotheld en adressen had in New York en in Georgetown. Kentucky E. Haven stond in vakkringen bekend als Harry (Kid) Homer en kwam uit Indianapolis. J.H. Rogers was in feite Jay Yates en werd opgejaagd door de politie. Hij had de laatste jaren voornamelijk in Londen doorgebracht omdat hij in zijn eigen land, Amerika, gezocht werd. Hij was er in geslaagd zich in de eerste klas te nestelen, zonder ook maar op een passagierslijst voor te komen. De eerste drie heren vormden een trio dat zich toelegde op bridge en het spel volledig in eigen hand wist te houden. Yates speelde liever poker en was een zeer gewiekst valsspeler. De vijfde van de groep, mejuffrouw Marian Wright, was de grote liefde van George Brayton. Juffrouw Wright reisde als tweede klas passagier, maar was bijna constant in gezelschap van Brayton en Homer in de eerste klas. De White Star Line en de stewards aan boord van de schepen, kenden deze lieden maar al te goed. Op de eerste klas passagierslijst stond op bladzij 1 over de volle pagina, een duidelijke waarschuwing tegen de praktijken van dit soort bendes, maar dat was dan ook alles wat men tegen deze heren sportsmen ondernam. Aan de andere kant lieten stewards, na flinke tips, deze zogenaamde "conmen" gemakkelijk hun gang gaan en als de tip groot genoeg was, hielpen stewards zelfs mee, door slachtoffers aan te bevelen. Natuurlijk verveelde niet iedereen zich. Eerste klas passagier kolonel Archibald Gracie, vermaakte zich kostelijk met het in bescherming nemen van alleen reizende dames. Mevrouw Hellen Candee had zijn speciale belangstelling. Ze was een zeer aantrekkelijke weduwe, maar hij moest zijn attenties voor haar delen met die van een Engelsman, twee Amerikanen, een Zweed en een Ier. In 1912 werd het als heel galant beschouwd als heren alleen reizende dames hun bescherming aanboden en zeker niet in alle gevallen waren hun bedoelingen anders dan de aangebodene. De 27 alleen reizende dames uit de eerste klas hadden de heren maar voor het uitzoeken, want er waren maar liefst 87 eveneens alleen reizende heren. Tweede klas passagier Lawrence Beesley had nog nooit een zeereis gemaakt en bemerkte al snel dat het allemaal wel mooi en interessant was aan boord, maar dat er toch ook niet veel te beleven viel. Hij probeerde de tijd te verdrijven met wandelingen aan dek, brieven schrijven in de bibliotheek, lezen en met het tellen van de schommelingen van het schip. Later wist hij niet meer precies hoeveel schommelingen de Titanic per minuut had gemaakt, maar het was hem wel opgevallen dat het schip de hele reis licht naar bakboord overhelde. Beesley was ook zeer geïnteresseerd in een man, die samen met zijn mooie jonge vrouw regelmatig aan dek verscheen om met een van zijn filmcamera's opnamen te maken. Het was Bill Harbeck, een cameraman voor Union Carbide. Harbeck verveelde zich geen moment. Zijn vrouw zat dan wel thuis in Amerika, maar hij had vier filmcamera's, duizenden meters film en bovenal mademoiselle H. Yrois uit Frankrijk bij zich om hem te vermaken. Een eerste klas kaartje voor de Titanic kon in Londen gemakkelijk omgeruild worden voor twee tweede klas kaartjes en Bill Harbeck had van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Eugene Daly in de derde klas vermaakte zich met zijn doedelzak waar het hem uitkwam en was tot ver in de andere klassen te horen. De andere jonge derde klas passagiers vermaakte zich nogal met een luidruchtig spelletje, dat veel op een menselijke stoelendans van dames en heren leek, maar ook voetbal en het najagen van een opgeschrikte rat in het dagverblijf, gaf vrolijke afleiding.
Zo ging het in alle klassen. Sommige passagiers vermaakten zich zo goed mogelijk, anderen wachtten verveeld op het einde van de reis en de aankomst in New York. Vroeg naar bed en laat op, verdreef de tijd. Tegen elf uur 's avonds waren de meeste passagiers al naar hun hutten vertrokken en als ze dat wilden konden ze, in de eerste klas, 's ochtends tot half elf terecht voor het ontbijt. Deze reis was dan wel de maiden voyage van het grootste en meest luxueuze schip ter wereld, maar voor haar opvarenden was het toch niet meer dan een routinereis. Zo leken de stuurlui op de brug van de Titanic er ook over te denken. Er scheen zich een soort laconiekheid en onbekommerdheid van hen meester gemaakt te hebben, alsof ze al jaren met dezelfde oude schuit een vast traject op en neer pendelden. Die houding was niet uitsluitend een curieus Engels flegmatisme, het was, onder de gegeven omstandigheden, een gevaarlijke onbezorgdheid. Al dagen voordat de Titanic uit Southampton vertrok was het bekend dat in het gebied onder Newfoundland, een groot ijsveld dreef dat in de scheepvaartroutes terecht was gekomen. Schepen hadden massaal hun koers naar het zuiden moeten verleggen om veilig om het ijsveld heen te kunnen varen. De ether boven de Atlantische Oceaan was al dagenlang gevuld met snerpende morse signalen, die voor dat grote ijsveld waarschuwden. Op 12 april, de dag na het vertrek uit Queenstown, ontving de Titanic de eerste, officieel aan haar gerichte, ijswaarschuwing van het Franse passagiersschip La Touraine, dat op weg was van Amerika naar Frankrijk. De Titanic bevestigde de ontvangst van die waarschuwing officieel. De volgende dag kwam er alleen 's avonds laat een ijswaarschuwing binnen, afkomstig van een klein Engels passagiersschip, de Rappahannock. Op weg naar Engeland had de Rappahannock een groot deel van die dag voorzichtig en langzaam door het ijsveld heen moeten stomen, maar had toch nog een verbogen roer en een gedeukte boeg opgelopen. Ze passeerde de Titanic zaterdagavond laat en op zo'n korte afstand dat de waarschuwing per morselamp direct naar de brug van de Titanic werd overgeseind. Met een "Dank u. Goede wacht", werd de ontvangst bevestigd. De dag daarop, zondag 14 april kwam de Caronia van de Cunard Line al om negen uur 's ochtends met de eerste ijswaarschuwing van die dag. Om 11.40 uur kwam de Noordam van de Holland Amerika Lijn met precies hetzelfde bericht. Om 1.42 uur 's middags waarschuwde de Baltic voor grote hoeveelheden ijs en ijsbergen op de route van deTitanic. Drie minuten later vroeg het Duitse schip Amerika de Titanic twee grote ijsbergen door te geven aan de Amerikaanse hydrografische dienst en de jongens in de Marconi -hut deden dat plichtsgetrouw. Even keerde de rust toen terug, maar om vijf uur probeerde het vrachtschip Californian met de Titanic in contact te komen. Marconist Bride was net bezig contact te zoek met Kaap Race om eindelijk de grote stapel voor Amerika bestemde telegrammen te kunnen gaan wegwerken en hij negeerde gemakshalve de oproep van de Californian. Toen de marconist van de Californian een half uur later de Baltic meldde dat ze drie grote ijsbergen, vijf mijl zuid van haar, was gepasseerd bevestigde ook Bride de ontvangst van dat bericht en bracht het meteen naar de brug.

Al deze waarschuwingen gingen vergezeld van posities die dicht bij elkaar lagen. Dit betekende dat vanaf 42° Noorderbreedte en 49° Westerlengte zich een gebied van 35 bij 90 mijl uitstrekte, dat bestond uit pakijs en ijsbergen. De Titanic stoomde daar met een vaart van ruim 21 knopen, recht op aan en zou tegen negen uur 's avonds in het ijsveld terecht komen. De laatste ijswaarschuwing kwam om 9.40 uur binnen en was afkomstig van het vrachtschip Mesaba. Het had betrekking op hetzelfde gebied, maar het bericht bereikte de brug nooit en dat gold ook voor de waarschuwingen van de Noordam, de Amerika en de Californian.


Charles Herbert Lightoller


Op de brug van deTitanic stond tweede stuurman Lightoller als officier van de wacht. Hij rekende voor zichzelf uit dat de Titanic om ongeveer half tien tussen de ijsbergen terecht zou komen: "Als er mist opkomt, zullen we de snelheid moeten verminderen", mijmerde hij nog. Waar Lightoller zijn berekening op baseerde heeft hij nooit verteld, waarschijnlijk gebruikte hij de waarschuwing van de Baltic. In elk geval zat hij er een half uur naast. Het was niet half tien toen de Titanic in het ijsveld terecht kwam maar rond negen uur, ruim twee en een half uur voor de aanvaring. Kapitein Smith wist waarschijnlijk wel dat negen uur een kritiek tijdstip was. Hij was die avond aanwezig in het restaurant waar de familie Widener, ter ere van hem, een etentje gaf. Smith was een oude bekende van de familie Widener uit Philadelphia en hij had met plezier de uitnodiging aanvaard. Bovendien waren de Wideners goede klanten van de White Star Line. Het kon nooit kwaad hen met kleine toeschietelijkheden tevreden te stellen. Even voor negenen bedankte kapitein Smith voor de gastvrijheid van de Wideners en verliet zijn ereplaats aan tafel om rechtstreeks naar de brug te gaan. Daar keek hij snel even rond en wisselde toen kort een paar woorden met Lightoller: over het weer, de koude, rustige, heldere nacht, dat er opgepast moest worden dat het zoetwater niet zou bevriezen, over de windstilte en de vlakke oceaan waardoor de anders altijd goed zichtbare branding rond een ijsberg zou ontbreken. Daarna stonden de twee mannen even zwijgend naast elkaar en keken voor zich uit de duisternis in. Alles leek rustig en naar wens te gaan. Na bijna twintig minuten op de brug te zijn geweest, besloot kapitein Smith naar kooi te gaan. "Roep me in geval van twijfel, ik ben vlakbij", waren zijn laatste woorden voor hij naar zijn hut vlak achter de brug vertrok. Eerste stuurman William Murdoch nam om tien uur de wacht van Lightoller over en kreeg daarbij de bijzonderheden te horen die voor zijn wacht van belang konden zijn: dat de temperatuur buiten tot onder het vriespunt was gedaald, dat de temperatuur van het zeewater snel aan het dalen was, dat de timmerman gewaarschuwd was op de zoetwater voorraad te letten, dat de machinedienst de stoomwinches aan dek met het oog op bevriezing, in de gaten moest houden, dat het ijsveld elk ogenblik in zicht kon komen, dat kapitein Smith onmiddellijk gewaarschuwd wilde worden als er zich iets bijzonders zou voordoen en dat de uitkijk in het kraaienest gewaarschuwd was speciaal te letten op drijfijs en ijsbergen. Murdoch begreep de ernst van de situatie maar al te goed. Toen hij naar het voorschip van de Titanic keek zag hij dat er een lichte gloed hing boven het schijnlicht van de matrozenmess en gaf opdracht de gloed af te schermen. Voor de dienstdoende wacht bleef alles verder rustig: geen ijs, geen wind, geen golven, een spiegelgladde zee, geen maan en een heldere nacht met duizenden flonkerende sterren. Verder alleen de koude open brug van de voortjagende Titanic.
» Layout


» Clip v/d Dag


» Ook te vinden op
Facebook Netlog
Youtube Youtube

» Crewleden

» Stats